Hoe voorkom je dat een gebruiker uit de korf van een hoogwerker valt?
Bij werkzaamheden vanuit een hoogwerker is er regelmatig onduidelijkheid over de vraag welke valbeveiliging moet worden toegepast. Is een verstelbare positioneringslijn voldoende, of kan een valstopblok een betere oplossing zijn? Het antwoord ligt niet alleen in de gebruiksinstructies van de fabrikant, maar in de Nederlandse arbeidsomstandighedenwetgeving en de arbeidshygiënische strategie (AH-strategie).
De rol van de fabrikant
De fabrikant van een hoogwerker is verplicht om in de gebruikershandleiding aan te geven hoe de machine veilig moet worden gebruikt en, indien van toepassing, welke persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) daarbij horen. Deze verplichting volgt uit de Machinerichtlijn 2006/42/EG (vanaf 20 januari 2027 vervangen door de Machineverordening (EU) 2023/1230).
Naast deze Europese productwetgeving speelt NEN-EN 280 een belangrijke rol. Deze Europese norm bevat technische eisen voor het ontwerp, de constructie, stabiliteit, veiligheidsvoorzieningen, onderzoeken en beproevingen van hoogwerkers.
Deze voorschriften hebben betrekking op de veiligheid van het product zelf. De fabrikant moet voldoen aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen die gelden voor machines. Dit betekent echter niet automatisch dat de instructies van de fabrikant ook voldoende invulling geven aan de eisen van de Nederlandse arbeidsomstandighedenwetgeving. Voor het veilig uitvoeren van werkzaamheden op de werkplek blijft de werkgever verantwoordelijk.
De arbeidsomstandighedenwetgeving is leidend
Bij het gebruik van een hoogwerker is de Arbeidsomstandighedenwetgeving van toepassing. Daarin is vastgelegd dat een arbeidsmiddel geschikt moet zijn voor de werkzaamheden waarvoor het wordt ingezet en uitsluitend mag worden gebruikt op de wijze en voor het doel waarvoor het is ontworpen.
Daarnaast schrijft de Arbowet voor dat risico's altijd moeten worden beheerst volgens de AH-strategie. Deze strategie kent een vaste volgorde van maatregelen:
- Bestrijding van het risico bij de bron.
- Collectieve beschermingsmaatregelen.
- Individuele beschermingsmaatregelen.
- Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM).
Bij werken op hoogte geldt daarbij een belangrijk uitgangspunt: het voorkomen van een val heeft voorrang op het beperken van de gevolgen van een val. Met andere woorden: voorkom waar mogelijk dat een werknemer in een situatie kan komen waarin een val mogelijk is.
Gebiedsbegrenzing voorkomt een val
In een hoogwerker moet het gebruik van PBM er in eerste instantie op gericht zijn dat een gebruiker niet uit de werkbak kan vallen. De gebruiker mag geen plek kunnen bereiken waar een val uit de korf mogelijk is.
Dit principe wordt gerealiseerd met gebiedsbegrenzing (fall restraint). Hierbij wordt de beschikbare bewegingsruimte van de gebruiker zodanig beperkt dat de gebruiker niet in een positie kan komen waarin een val uit de werkbak mogelijk is.
Een verstelbare lijn kan hiervoor een effectieve oplossing zijn. De lijn wordt daarbij zodanig ingekort dat de gebruiker voldoende bewegingsruimte heeft om zijn werkzaamheden uit te voeren, maar niet uit de korf kan vallen.
Deze werkwijze sluit aan bij het uitgangspunt van artikel 3.16 lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. De gebruikte PBM zijn in dit geval niet bedoeld om een val op te vangen, maar juist om te voorkomen dat een val kan plaatsvinden.
Rekening houden met voorzienbaar verkeerd gebruik
Het toepassen van een verstelbare lijn betekent echter niet automatisch dat het valgevaar in de praktijk volledig is weggenomen. De werking van de gebiedsbegrenzing is namelijk afhankelijk van de wijze waarop de lijn door de gebruiker wordt ingesteld en waar het ankerpunt zich ten opzichte van de medewerker zich bevindt.
Een verstelbare lijn kan alleen als effectieve gebiedsbegrenzing functioneren wanneer deze zodanig is ingekort dat de gebruiker niet de korf geslingerd kan worden. In de praktijk bestaat het risico dat een gebruiker de lijn niet, onvoldoende of na een verandering van werkpositie niet opnieuw inkort.
Wanneer een werknemer zich bijvoorbeeld vanuit een werkpositie naar de bediening van de hoogwerker verplaatst, kan de eerder ingestelde lijn langer zijn dan op die nieuwe positie noodzakelijk is. Wanneer de gebruiker vergeet de lijn opnieuw in te korten, ontstaat meer bewegingsruimte dan noodzakelijk en kan mogelijk alsnog een positie worden bereikt waarin een val uit de werkbak kan plaatsvinden.
Bij de keuze voor een systeem moet daarom ook rekening worden gehouden met redelijkerwijs voorzienbaar verkeerd gebruik. Het is niet voldoende om uitsluitend te beoordelen of een systeem bij correct gebruik een val kan voorkomen. Ook moet worden beoordeeld hoe betrouwbaar de maatregel tijdens het daadwerkelijke gebruik is en welke gevolgen een te verwachten gebruikersfout kan hebben.
Een valstopblok kan aanvullende voordelen bieden
Naast een verstelbare lijn kan in bepaalde hoogwerkers ook een daarvoor geschikt valstopblok worden toegepast. Een valstopblok wordt vaak uitsluitend gezien als een middel om de gevolgen van een val te beperken. Bij valstopblokken die specifiek geschikt zijn voor toepassing in een hoogwerker ligt dit genuanceerder.
Een belangrijk verschil met een handmatig verstelbare lijn is dat een valstopblok de lijn automatisch in- en uittrekt wanneer de gebruiker zich door de werkbak verplaatst. De beschikbare lijnlengte past zich daarmee voortdurend aan de positie van de gebruiker aan. Wanneer een gebruiker zich bijvoorbeeld vanuit een werkpositie terug naar de bediening van de hoogwerker verplaatst, wordt de overtollige lijn automatisch ingenomen.
Dit kan een voordeel zijn ten opzichte van een verstelbare lijn. Bij een verstelbare lijn is de gebruiker er zelf verantwoordelijk voor dat deze steeds op de juiste lengte wordt ingesteld. Een geschikt valstopblok vermindert de afhankelijkheid van deze handmatige handeling.
Daarbij moet wel worden benadrukt dat het automatisch innemen van de lijn niet automatisch betekent dat in iedere positie sprake is van volledige gebiedsbegrenzing. Of een gebruiker daadwerkelijk de rand van de werkbak kan bereiken of daarbuiten kan vallen, is onder andere afhankelijk van de maximale lengte van het systeem, de positie van het ankerpunt, de afmetingen van de werkbak en de positie van de gebruiker.
Bescherming wanneer toch een val kan plaatsvinden
Een aanvullend verschil ontstaat wanneer de beschikbare lijnlengte in een bepaalde positie toch voldoende is om een val buiten de werkbak mogelijk te maken.
Een verstelbare lijn die uitsluitend voor gebiedsbegrenzing is bedoeld, is niet bedoeld om een val op te vangen. Wanneer de lijn te lang is ingesteld en daardoor toch een val kan plaatsvinden, wordt het systeem gebruikt buiten het principe waarvoor het is bedoeld.
Een valstopblok dat specifiek geschikt is voor toepassing in een hoogwerker kan daarentegen beschikken over een energieabsorberende voorziening. Wanneer ondanks de automatisch aangepaste lijnlengte toch een val kan plaatsvinden, kan deze voorziening de krachten die bij het opvangen van de val ontstaan beperken.
Voor toepassing in hoogwerkers geschikte valstopblokken zijn bovendien ontworpen met een beperkte maximale systeemlengte. Hierdoor kan de lijn niet onbeperkt worden uitgerold. In combinatie met het automatisch innemen van overtollige lijn kan dit ervoor zorgen dat de gebruiker niet meer lijn ter beschikking heeft dan op dat moment noodzakelijk is voor zijn werkzaamheden.
Dit betekent echter niet dat ieder valstopblok geschikt is voor gebruik in een hoogwerker. Het systeem moet door de fabrikant geschikt zijn verklaard voor deze toepassing en worden gebruikt overeenkomstig de bijbehorende voorschriften. Daarbij moeten onder andere het voorgeschreven ankerpunt, de maximale systeemlengte, de mogelijke valafstand, de benodigde vrije ruimte en de krachten die bij een eventuele val op de gebruiker en de hoogwerker worden uitgeoefend worden meegenomen.
DIN (Deutsche Institut für Normung) heeft een in de DIN 19427 specifieke eisen vastgelegd voor valstopblokken die gebruikt mogen worden in een hoogwerker.
Verstelbare lijn of valstopblok?
De keuze tussen een verstelbare lijn en een valstopblok kan daarom niet uitsluitend worden gemaakt op basis van het onderscheid tussen gebiedsbegrenzing en valstop.
Het uitgangspunt blijft dat een val uit de werkbak waar mogelijk moet worden voorkomen. Een correct ingestelde verstelbare lijn kan hiervoor een effectieve oplossing zijn. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met de wijze waarop het systeem in de praktijk wordt gebruikt en met redelijkerwijs voorzienbaar verkeerd gebruik.
Een voor de betreffende hoogwerker geschikt valstopblok kan op dit punt voordelen bieden. De gebruiker beschikt daardoor in veel werkposities niet over meer lijnlengte dan op dat moment nodig is. Daar staan aanvullende risico's tegenover wanneer daadwerkelijk een val buiten de werkbak plaatsvindt. Daarbij moet onder andere rekening worden gehouden met:
- de belasting op het ankerpunt en de hoogwerker;
- mogelijke negatieve invloed op de stabiliteit van de hoogwerker;
- pendulewerking tijdens een val;
- risico op suspension trauma;
- de benodigde vrije ruimte voor het veilig functioneren van het systeem;
- de noodzaak van een snelle en veilige redding na een val.
De werkgever moet daarom beoordelen welke oplossing in de concrete werksituatie het risico het meest effectief beheerst. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar de theoretische werking van het PBM, maar naar de gehele combinatie van hoogwerker, ankerpunt, verbindingsmiddel, werkzaamheden en het gedrag dat tijdens het gebruik redelijkerwijs kan worden verwacht.
De vraag is daarmee niet of een verstelbare lijn of een valstopblok in algemene zin veiliger is. Bepalend is welke combinatie van maatregelen in de betreffende situatie het valrisico het meest betrouwbaar beheerst.
Conclusie
De veilige inzet van een hoogwerker begint bij het voorkomen van valgevaar. Volgens de Nederlandse arbeidsomstandighedenwetgeving en de arbeidshygiënische strategie betekent dit dat het voorkomen van een val voorrang heeft boven het uitsluitend beperken van de gevolgen ervan.
Gebiedsbegrenzing kan hiervoor een effectieve maatregel zijn. Een verstelbare lijn kan voorkomen dat een gebruiker de valgevaarlijke zone bereikt, mits deze correct wordt ingesteld en tijdens de werkzaamheden opnieuw wordt aangepast wanneer dat noodzakelijk is.
Daarbij moet echter ook rekening worden gehouden met redelijkerwijs voorzienbaar verkeerd gebruik. Het vergeten of onvoldoende inkorten van een verstelbare lijn kan ertoe leiden dat de beoogde gebiedsbegrenzing in de praktijk niet meer aanwezig is.
Een voor toepassing in een hoogwerker geschikt valstopblok kan op dit punt voordelen bieden. Doordat overtollige lijn automatisch wordt ingenomen, wordt de beschikbare lijnlengte voortdurend aangepast aan de positie van de gebruiker. Wanneer het systeem daarnaast beschikt over een geschikte energieabsorberende voorziening, kan het aanvullende bescherming bieden wanneer ondanks de beperkte lijnlengte toch een val plaatsvindt.
Daarmee is een verstelbare lijn niet automatisch de beste oplossing en een valstopblok niet automatisch een minder veilige oplossing. De werkgever moet per situatie beoordelen welke combinatie van hoogwerker, PBM, ankerpunt en werkwijze het valrisico het meest betrouwbaar beheerst. Daarbij moeten zowel het bedoelde gebruik als redelijkerwijs voorzienbaar verkeerd gebruik worden meegenomen.
Ook bij het uitstappen uit een hoogwerker op hoogte geldt dat dit niet de reguliere toepassing is. Alleen in uitzonderlijke en zorgvuldig beoordeelde situaties kan hiervan worden afgeweken, waarbij aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.
Zo wordt niet alleen voldaan aan de productvoorschriften van de fabrikant, maar vooral aan de verplichting om het valrisico tijdens het daadwerkelijke gebruik van de hoogwerker zo effectief mogelijk te beheersen.