Als we kijken naar het PBM gebruik om veilig op hoogte te werken onderscheiden we 3 vormen:

1. Werklplaatsbeperking

2. Valbeveiliging

3. Werkpositionering

4. Hangend werk

 

Werkplaatsbeperking
Bij een correcte toepassing van werkplaatsbeperking is het niet mogelijk om te vallen. Er wordt gebruikt gemaakt van een lijn die aan ankerpunt en aan het harnas bevestigd wordt. De lengte van de lijn dient korter te zijn dan de afstand van ankerpunt tot valgevaar. De werker zorgt voor zijn eigen veiligheid als hij uitglijdt, schrikt, aan wordt gestoten is het systeem zijn “plan B”

werkplaats-beperking-1

 

Valbeveiliging
Bij valbeveiliging wordt een vallijn bevestigd aan een zo hoog mogelijk ankerpunt en het aan harnas. De werker staat op twee benen en/of kan zichzelf vasthouden. Als hij uitglijdt, schrikt, valt, aan wordt gestoten of gekatapulteerd wordt is het systeem zijn “plan B”

valbeveiliging-y-lijnvalbeveiliging-i-lijnvalbeveiliging-2

 

Werkpositionering

Bij werkpositionering is er sprake van belasting van een veiligheidssysteem, er is beperkt contact met een constructie. Er wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van een positioneringslijn in combinatie met valbeveiliging om met twee handen vrij te kunnen werken “plan A” is in dit geval de positioneringslijn en “plan B” de valbeveiliging.

positionering

Hangend werken
Bij hangend werken is het niet mogelijk om volledig op de voeten te steunen. De werker wordt volledig of hoofdzakelijk ondersteund door het harnas. De druk wordt verdeeld over de beenbanden en de heupband. Er wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van een afdaal apparaat op een lijn i.c.m. een tweede back-up lijn.

hangend-werken