Arbeidshygiënische strategie voor werken op hoogte

De arbeidshygiënische strategie is een hiërarchisch stelsel van beheersmaatregelen voor risico’s. Als er sprake is van werken op hoogte hanteren we de volgende volgorde:

  1. Bronaanpak
  2. Afstand houden
  3. Collectieve voorzieningen
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen

Als bronaanpak niet mogelijk is of het neemt extra risico’s met zich mee, kijken we of afstand houden mogelijk is. Als afstand houden niet mogelijk is of het neemt extra risico’s, dan kijken we of we collectieve voorzieningen kunnen plaatsen. Het inzetten van persoonlijke beschermingsmiddelen staat dus achteraan in de keten.

 

1. Bronaanpak

Bij bron aanpak gaan we er vanuit dat we niet omhoog gaan. Denk bijvoorbeeld aan de glazenwasser die met een telescopische stok aan het werk is, in plaats van staand op een ladder. Ander voorbeeld is een lichtmast die gestreken wordt om een lamp te vervangen. Indien bronaanpak niet mogelijk is of extra risico’s met zich mee brengt gaan we kijken naar de volgende stap.

 

2. Afstand houden

Bij het afstand houden bevinden we ons wel op hoogte, maar blijven we ver genoeg weg van het valgevaar. Denk aan een groot dak waar men in het midden werkt; er is dan geen sprake van valgevaar. Er bestaat geen specifieke wetgeving. Wel hanteren we in zo’n geval een aantal richtlijnen, zoals de veilige zone van 4 meter.

 

3. Collectieve voorzieningen

We spreken van collectief als we 360 graden beschermd zijn tegen vallen. In dit geval is er geen noodzaak tot gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen. Een collectieve voorziening vereist geen specifieke kennis van de gebruiker. Veelvoorkomende voorziening is bijvoorbeeld leuningwerk.

 

4. Persoonlijke beschermingsmiddelen

Persoonlijke beschermingsmiddelen, ook wel PBM genoemd, zijn verdeeld in 3 categorieën. De PBM’s die we toepassen voor werken op hoogte vallen in categorie 3.

PBM categorie I
Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen lage risico’s. Dit zijn middelen die zonder enige deskundigheid en zonder hulpmiddelen bescherming bieden. Bij falen van de bescherming door deze middelen kan een gering en oppervlakkig letsel optreden. De fabrikant stelt van elk product een technisch dossier samen en bewaart deze ten minste 10 jaar na productiedatum. Voorbeelden van persoonlijke beschermingsmiddelen uit risicoklasse I zijn een zonnebril, regenkleding en eenvoudige tuinhandschoenen.

PBM categorie II
Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen middelhoge risico’s. Dit zijn middelen die niet onder risicoklasse I vallen. Hierbij dient de fabrikant te zorgen dat de middelen voldoen aan bepalingen volgens de EG-richtlijn 89/686/EEG. De fabrikant zorgt behalve voor het technisch dossier (zie categorie I) ook voor een typekeur van elk product. De meeste persoonlijke beschermingsmiddelen vallen onder deze categorie. Voorbeelden zijn een veiligheidsbril en veiligheidshelm.

PBM categorie III
Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen hoge risico’s. Dit zijn complexe middelen waaraan -naast de gestelde voorwaarden uit klasse II- extra eisen worden gesteld, zoals het geproduceerd moeten zijn onder een door de EG erkend kwaliteitsborgingssysteem. Een voorbeeld is een gordel: een uitrustingsstuk dat bescherming biedt tegen vallen van hoogte.